De kracht van gemeenten ligt niet in het gemeentehuis maar in de dorpen

De kracht van gemeenten ligt niet in het gemeentehuis maar in de dorpen

Opiniestuk in Friesch Dagblad 10-02-2015

Sla een willekeurige krant open, bekijk het journaal of volg politici en beleidsmakers op Twitter en Facebook. Termen en kreten als participatiemaatschappij, eigen initiatief, decentralisaties, mienskip en burgerparticipatie zijn al jaren de favoriete woorden van beleidsmakers. Zuchtend lees ik vaak die woorden. Want wat stellen al deze termen en kreten nou voor? Waarin mogen burgers daadwerkelijk participeren tijdens die burgerparticipatie. Namens het CDA Achtkarspelen heb ik daarom afgelopen donderdag het initiatiefvoorstel ‘Right to Challenge’ gepresenteerd om deze termen en kreten wel kracht bij te zetten.

‘Right to Challenge’, vrij vertaald, het recht om uit te dagen, vindt zijn oorsprong in Engeland. Inmiddels heeft ‘Right to Challenge’ een vlucht genomen want het voorstel is in Denemarken al wettelijk verankerd en ook verschillende Nederlandse gemeenten hebben het overgenomen. Kort samengevat betekent ‘Right to Challenge’ het volgende: inwoners moeten zelf het initiatief kunnen nemen om een publieke dienst uit te voeren, als zij vinden dat het beter of anders moet. Nu klinkt dit abstract maar hoe werkt ‘Right to Challenge’ in de praktijk?

Een voorbeeld van ‘Right to Challenge’ is de publieke dienst; groenonderhoud. Vanwege de bezuinigingen is dit vaak een dienst waar gemeenten als eerste op korten. Meestal leidt de bezuiniging op groenonderhoud tot veel discussie bij de inwoners omdat je als inwoner ziet dat een dorp, buurt of wijk er op achteruit gaat. Het gras wordt niet of nauwelijks meer gemaaid, perkjes vervangen door grasvelden en rotzooi blijft liggen in het groen. Mocht het zo zijn dat een inwonersgroep (dorpsbelang, buurtvereniging, sportvereniging, kerkelijke organisatie of een stichting) denkt het groenonderhoud beter te kunnen organiseren dan een gemeente, hebben zij het wettelijke recht om de gemeente uit te dagen.

Allereerst stelt de initiatiefgroep een plan op. De groep geeft aan op welke manier zij denken het beter te kunnen doen. In dat plan beschrijven zij hoe ze het onderhoud willen doen, wie het gaan doen en wat het budget is wat ze nodig hebben. Daarnaast geven ze ook aan wat de meerwaarde van hun plan is. Aan de gemeente de taak om transparant te zijn over de kosten die altijd zijn gemaakt om het groenonderhoud te doen zodat de inwoners ook duidelijk weten wat het budget is waar ze mogelijk aanspraak op kunnen maken. Mochten inwoners het groenonderhoud voor een lager budget kunnen realiseren dan is het voor een gemeente natuurlijk aantrekkelijk om dit burgerinitiatief te betrekken bij het groenonderhoud. De gemeente kijkt vervolgens of het plan voldoet aan de kaders van het groenonderhoud in de gemeente. Mocht de gemeente het plan in orde vinden dan verplicht het de gemeente ook dit burgerinitiatief mee te nemen in een eventuele aanbesteding. Vaak is er in het onderlinge overleg tussen gemeente en de initiatiefgroep al meer mogelijk. De verplichting tot het meenemen van het burgerinitiatief in een aanbestedingsproces is echter wel de stok achter de deur voor gemeenten.

Belangrijk in het ‘Right to Challenge’-voorstel is het woord vertrouwen. De gemeente stelt kaders maar de uitvoering van het groenonderhoud ligt bij de inwonersgroep en die moeten ook het vertrouwen krijgen. Bovendien versterk je binnen een dorp de saamhorigheid doordat je met z’n allen aan één doel werkt, bijvoorbeeld het groenonderhoud. Als blijkt dat een inwonersgroep het groenonderhoud uiteindelijk voor een lager bedrag realiseert dan waarvoor zij oorspronkelijk hebben ingeschreven dan blijft het niet-gebruikte bedrag binnen de initiatiefgroep. Op die manier heeft de initiatiefgroep een prikkel om binnen het beschikbare budget te blijven. Afhankelijk van de initiatiefgroep kan niet-gebruikte geld dan worden besteed aan het dorp, de sportvereniging, de stichting of een kerk. Het spreekwoordelijke mes snijdt dus aan meerdere kanten.

In bovenstaand voorbeeld is het groenonderhoud gebruikt maar ‘Right to Challenge’ kan voor allerlei burgerinitiatieven worden gebruikt. Denk aan het ophalen van oud papier, het onderhoud aan sportvelden, het exploiteren van een buurthuis en ook op het gebied van zorg. In de gemeente Leeuwarden zien we al diverse initiatieven op het gebied van buurtwerk, groenonderhoud en het ophalen van oud papier. ‘Right to Challenge’ maakt deze initiatieven mogelijk. Let wel, ‘Right to Challenge’ is een recht en geen plicht. Als een dorp van mening is dat de diensten goed worden uitgevoerd dan blijft alles bij het oude. ‘Right to Challenge’ verplicht inwoners dus tot niets maar maakt mogelijk.

‘Right to Challenge’ zorgt ervoor zorgt dat de dorpen een kans krijgen om de gemeente uit te dagen. Inwoners zijn vaak bekender en meer betrokken bij hun eigen buurt of dorp dan ‘beleidsmakers’. Ook zie ik dat de onderlinge samenhang binnen de dorpen van Achtkarspelen groot is. Daardoor is er bereidheid om te investeren in de eigen leefomgeving en samenleving.

De veelgehoorde klacht is dat de politiek niet luistert naar zijn inwoners. Met dit voorstel luistert de politiek, sterker nog: inwoners kunnen zelf met het initiatief komen. Door dit besluit kunnen inwoners de gemeente verplichten om goed te luisteren en te kijken naar de plannen die zij maken.

Dit voorstel laat zien wat burgerparticipatie uiteindelijk betekent. Namelijk wat het woord zelf al zegt: burgers laten participeren in de samenleving. Ik ben dan ook van mening dat de kracht van een gemeente niet ligt in het gemeentehuis maar in de dorpen.

Jouke Spoelstra (CDA-raadslid, Achtkarspelen)

Als Friese gemeente zijn wij op zoek naar een Friese vertaling van het ‘Right to Challenge’-voorstel. Heeft u na het lezen van dit opinie artikel een leuke Friese naam voor dit voorstel? Tweet hem naar @cdaachtkarspel/@Jouke12 met #RTC of stuur een mail naar j.spoelstra@achtkarspelen.nl.

                                 

Fractie:

Lydeke ZandbergenMeindert TalmaRomke van der WalJacob ZwaagstraGert TerpstraDoethyna Vriesema

Bestuur:

Nico BosAuke Attema