Niet (meer) alles naar de grotere dorpen

Niet (meer) alles naar de grotere dorpen

Niet (meer) alles naar de grotere dorpen
In juni is het weer zover. De raad bepaalt de kadernota voor het komende jaar. In de kadernota wordt de inhoud vastgesteld waar het college het komende jaar mee aan de slag gaat/moet.
Ter voorbereiding hebben we op 14 april ronde tafelgesprekken gehouden met verschillende partijen: maatschappelijk betrokkenen (bijv. WoonFriesland, Caparis, Friese Wouden, Muziekschool en voorzitters van Plaatselijke Belangen); college,  ambtenaren en raadsleden. De uitkomsten van deze gesprekken worden door de ambtenaren en het college verwerkt in een concept kadernota en daar mag de raad dan weer op ‘schieten’. Wat vinden we van de inhoud en wat kan er anders of beter? Daarbij is het cruciaal om onze rol als volksvertegenwoordiger op ons te nemen, tezamen met de kaderstellende rol. Wij als raad bepalen tenslotte hoe het college te werk moet gaan!
Wat is die inhoud dan? Een greep uit de onderwerpen:
Ontwikkeling: wat kunnen we blijven ontwikkelen op het gebied van woningbouw, leefklimaat en recreatie en toerisme? Als CDA zijn we van mening dat me moeten blijven investeren in de groep mensen die mogelijk wegtrekt uit de dorpen. Voorzieningen voor hen zijn belangrijk.  Afwachten is geen optie. We moeten kiezen: òf we investeren niet in betaalbare, levensloopbestendige woningen of wel. Wij kiezen voor wèl investeren. Daarbij willen we niet dat er nog meer uitgebreid wordt, maar juist de bestaande woningen verbeteren/vernieuwen (ook om leegstand in de dorpen te voorkomen). Daarbij kijken we naar àlle dorpen.
Gemeente èn burgers: Wat zijn de taken en verantwoordelijkheden van de gemeente en wat niet? Het is belangrijk om te weten wat de gemeente wel of niet ‘hoort’ te doen en wat prima aan de burgers zelf overgelaten kan worden. Een mooi voorbeeld is het project ‘Minsken Meitsje in Doarp’ in Twijzelerheide.
Daarom vindt het CDA het behoud van het leefbaarheidsfonds ook zo belangrijk. Hier mag absoluut niet op gekort worden. Dat is van de dorpen zelf om het leefklimaat te behouden en te verbeteren. De gemeente zou zelf wat minder kunnen doen en wat meer aan de burger kunnen overlaten door middel van het leefbaarheidsfonds. De bewoners van de dorpen weten zelf immers het beste wat er speelt en wat nodig is in hun dorp. Ze hoeven dan niet eerst bij de gemeente aan te kloppen, maar kunnen meteen wat doen met behulp van het leefbaarheidsfonds.
Voorzieningen/sport/cultuur: We willen allemaal uiteraard zoveel mogelijk voorzieningen behouden in alle dorpen. Maar ik denk niet dat we er onderuit kunnen dat er efficiënter om gegaan moet worden met voorzieningen. Misschien nog niet op korte termijn, maar wel op lange termijn. De bevolking zal niet groeien, maar we moeten er voor zorgen dat het ook niet gaat dalen! Daarom kunnen we niet afwachten tot het zover is, maar er nu alvast mee bezig gaan. En daarbij kijken we naar àlle dorpen. Harkema is echt een sportdorp, Surhuisterveen is echt een winkeldorp, Augustinusga wellicht meer toeristisch.  Zo heeft elk dorp zijn eigen identiteit. Dààr moeten we naar kijken. Elk dorp zijn eigen identiteit met elk zijn eigen voorzieningen.  Dus niet (meer) alle voorzieningen naar 1 of 2 (of misschien 3) grotere kernen, maar voorzieningen als het ware verspreiden over de dorpen. Dit vraagt een denkomslag, ook van ons college, maar dat zullen we ze duidelijk maken tijdens de vergadering van de kadernota.

 

Plaats een reactie


(wordt niet getoond op de website)
(antwoord in cijfers)

Fractie:

Lydeke ZandbergenMeindert TalmaRomke van der WalJacob ZwaagstraGert TerpstraDoethyna Vriesema

Bestuur:

Nico BosAuke Attema